zaterdag 4 juli 2015

TOWARDS A DARKER SIDE












Voor ik naar het NI verhuis en terugkeer naar mijn geboortestad Rotterdam, beleven we de heetste dagen van het jaar. Moesten we normaal vrezen voor regen nu is het de hitte die bezoekers doet afzeggen.

Ik vind het heerlijk. 

De gordijnen dicht overdag. Zo houden we het huis koel. 

Bosie heeft een nieuwe vriend. De haan is in zijn laatste dagen en denkt dat hij een hond is. Steeds dichter komt hij bij ons. Slaapt in Bosies mand. Eet samen uit zijn bak.

We laten het. 

Het Proustsymposium is een groot succes geworden. Een zwaarder programma afgewisseld met voorlezen en eten. De Wisteria die hoog boven in de zilverspar bloeit was een geweldige, passende versiering. Klaas heeft honderden foto's gemaakt om de hoogte en de schoonheid te treffen.














































In alle kamers kunnen 15 gasten zitten voor de kleinere sessies van het Proustsymposium. In de bibliotheek en op het terras 40. Het huis leeft, maar ik voel ook dat er een einde komt aan ons leven hier. 

Het westen trekt. Klaas wil ook nog steeds verandering.

Ik reis voorlopig op en neer tussen Rotterdam, Amsterdam en Oosterhouw. Hier gaat het programma door alsof ik er nog altijd alle dagen ben. Bezoekers komen lunchen, lopen door het huis. Ik zie ze niet en schuil als ik klaar ben ergens in het donker.

Ik ga op bed liggen en kijk naar de hitte die door allerlei kieren naar binnen wil. Ik concentreer me op Het Nieuwe Restaurant voor het NI. En op het Nieuwe Stuk dat ik met Lineke Ryxman ga maken voor de Mug.

Ik open de schaduwkanten in mijn ziel.















Klaas leeft met de dieren, de pauwen, Bosie en de haan. 

Klaas leeft met de dieren, de pauwen, Bosie en de haan. Hij is net zo lang in de buurt tot hij ze aan kan raken. 

Heerlijk liggen uit de zon. 

Het beste op het zodenbed onder de gouden regen. Koeler kan het niet.





donderdag 28 mei 2015

BLADE RUNNER
































































Terug in het noorden. De meimaand is al weer voorbij. Intussen is het gras nog niet gemaaid. Staat de tuin vol fluitenkruid, bloeien de meidoorn, de madelief, boshyacint en vergeet-mij-niet. En in de kas een gigantische brandnetel met bladeren van wel 20 centimeter.

Ik heb moeite de tuin aan te raken.

Eerst een tekst schrijven voor het komend Proustsymposium op Oosterhouw 12 juni. Ik lees een passage voor uit het laatste deel 'De tijd hervonden' en spiegel die aan de mystieke weg. Het moment dat het verleden over het heden schuift en de tijdloze mens herschapen wordt door de herinnering: 

'Maar keren een geluid, een geur, voorheen al eens gehoord of opgesnoven, tegelijkertijd in heden en verleden terug,..., dan komt de permanente, doorgaans verborgen essentie der dingen vrij, en ons ware ik, die - soms al een lange tijd - dood leek te zijn, maar het niet helemaal was, ontwaakt en roert zich zoals hij het hemels voedsel dat hem wordt aangedragen opvangt.'

We maken dus momenten mee 'buiten de tijd', en dan pas zijn we gelukkig, vrij, niet bang voor de dood. En ondertussen werken we aan het paradijs van ons zintuiglijk leven. 

Ik kreeg daarvoor van Klaas een Japans tuingereedschap dat zo in een actiefilm zijn bloedig werk zou kunnen doen. Ik laat de jongens ermee het fluitenkruid steken.

We gaan Venetiaanse gerechten maken op het symposium uit het kookboek Polpo. We hebben dagenlang in het VenetiĆ« van Proust gelopen en de biennale bezocht. Verwend door de kok van Kees en Marwyah, Luciano, die kookt vanuit zijn groentetuin op een van de eilanden van de lagune. 

Christian Kolk maakt hier een begin met het jaarlijks snoeiwerk en het wel heel langzaam groeiend eikje, een zaailing uit Hokkaido , komt dit jaar weer prachtig uit.

Voor het eerst een zijtak en een bloesemknop.